
En dat is het wonderlijke van lokale politiek: negen tot vijfenveertig raadsleden, afhankelijk van hoeveel mensen er in jouw gemeente rondlopen, en toch voelt het elk jaar alsof er maar vier écht bestaan. De rest is een soort seizoensarbeid. Je hebt namelijk raadsleden die het hele jaar door draaien. Die zitten zich op dinsdagavonden door dossiers heen te vreten waar zelfs een jurist lichte huiduitslag van krijgt. Die lezen niet “een verslagje” — nee, die lezen een pakket aan (te vaak!) complexe stukken.
En dan heb je de rest. Die duiken eens per vier jaar op als de eerste krokussen. Politieke trekvogels. Ze landen met frisse tegenzin in het dorpshuis, maken een selfie met een willekeurige bakfiets, roepen iets over “luisteren naar de inwoner” en verdwijnen daarna weer in hun natuurlijke habitat: een appgroep met de titel Campagne 2026!!! waar vooral GIF’jes worden gedeeld en niemand ooit een raadsvoorstel heeft gelezen. Die categorie raadslid is vooral zichtbaar rond verkiezingstijd. Dan zijn ze ineens overal. Op markten, bij buurtbarbecues, bij het voetbal. Ze schudden handen alsof ze het hele jaar door schouders onder de gemeenschap hebben gezet, terwijl hun meest ingrijpende politieke daad tot nu toe was: “afgemeld bij commissievergadering wegens drukte”.
En dat is jammer. Want de gemeenteraad is niet zomaar een decorstuk waar je af en toe je partijlogo op mag plakken. De gemeenteraad ís het bestuur dat het dichtst op de burger zit. Het gaat over jouw straat, jouw woning, jouw zorg, jouw veiligheid. Over dat stuk groen dat ineens “ontwikkellocatie” heet. Over verkeersmaatregelen waar je pas achter komt als je om 07.45 uur met je kind achterin de auto in een fuik rijdt die gisteren nog niet bestond.
Raadslid zijn is geen hobby meer. Het is topsport. Je moet dossiers snappen, cijfers kunnen lezen, door ambtelijke taal heen prikken, en ondertussen ook nog vriendelijk blijven tegen mensen die jou behandelen alsof jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor de windrichting.Want burgers zijn vaak ondankbaar, dat hoort er ook bij. Je hebt eindelijk een nieuwe weg: “mooi, maar kan dat niet in één week?” Je probeert woningbouw aan te jagen: “ja, maar niet hier.” Je legt uit dat procedures tijd kosten: “ja, dat zeggen ze altijd.” En als je dan een besluit neemt dat wél logisch is, hoor je alsnog: “niemand luistert naar ons.”
De raad is tegenwoordig een soort combinatie van accountant, rechercheur, mediator en therapeut. Je moet weten hoe de begroting in elkaar steekt, hoe aanbestedingen lopen, wat de grenzen zijn van de Omgevingswet, wat er in de regio wordt afgesproken en waar je gemeente juridisch wel of niet over gaat. En ondertussen moet je op Facebook reageren op iemand die vindt dat “ze in het gemeentehuis allemaal zakkenvullers zijn”.En dan is er dus die groep raadsleden die zich rond verkiezingen ineens weer meldt. Die nu opeens “kritisch gaan volgen”. Die de term “controlerende taak” ontdekken alsof het een nieuwe Netflix-serie is.
Want als je raadslid bent, dan bén je raadslid. Niet alleen als de foldertjes gedrukt zijn. Niet alleen als de peilingen gunstig staan. Niet alleen als je er zin in hebt. Dan zit je er voor vier jaar. Ook op avonden dat niemand klapt. Ook als je alleen maar “tegen” kunt stemmen en daarna alsnog de wind van voren krijgt. Ook als je je eigen achterban moet uitleggen dat de werkelijkheid iets ingewikkelder is dan een slogan van zes woorden.
Dus ja, er komen verkiezingen aan. En dat is goed. Democratie moet je onderhouden. Maar laten we één ding afspreken: kies niet alleen op de leukste poster of de hardste one-liner. Kies op aanwezigheid. Op arbeidsethos. Op mensen die je niet alleen ziet als het campagnepakket open gaat, maar ook in november, in februari, in die saaie maanden waarin het echte werk gebeurt.
Want een raadslid dat alleen rond verkiezingen actief is, is feitelijk geen echte volksvertegenwoordiger.
Weet jij nieuws van bij ons? Tip ons!
Stuur je tip, verhaal en/of foto of video naar de redactie: redactie@1kempen.nl